Chenjerai Chiripanyanga
Chenjerai spreekt

 (citaat uit het boek Zimbabwe, Huis van Steen) 

 "Mijn vader heeft vier vrouwen en negentien kinderen. Mijn moeder scheidde van hem toen ik negen maanden oud was. Ik ben opgevoed door mijn stiefmoeders. Hoewel het altijd druk was bij ons thuis ben ik alleen geboren, en alleen opgegroeid. Als kind was ik al verslaafd aan tekenen en schilderen. Op mijn zeventiende ben ik naar de stad verhuisd, om de opleiding bij de National Gallery te volgen".

"Ik ben blij dat ik in Harare woon. Veel mensen, veel kunstenaars, veel nieuwe vrienden. Natuurlijk is het leven in de stad ook heel hard. Niemand helpt je. De galerieën geven jonge kunstenaars sowieso geen kansen. Maar ik ben er van overtuigd dat je het redt als je maar gewoon keihard werkt. En dat doe ik."

"Mijn schilderijen verkopen niet. Mensen vinden het meestal wel aardig, maar ze begrijpen het niet. Toch ga ik er mee door. In schilderijen kan ik makkelijker mijn gevoelens kwijt, omdat je met een kwast nu eenmaal sneller en dynamischer kan werken dan met een beitel."

"Veel collega's klagen over het felt dat Zimbabweanen geen kunst kopen. Ik niet. Het is een simpele economische realiteit. Belangrijk is dat ze naar ons werk komen kijken. Dat gebeurt wel degelijk. Ik krijg vaak complimenten voor mijn werk. Mensen respecteren me om wat ik doe. Maar ik moet toegeven: mijn vader is de enige zwarte die ooit een beeld van mij heeft gekocht".

© Rob en Roel Rozenburg, Zimbabwe Huis van Steen